Zwemnieuws - zoeken - sitemap

Zwemmend Nederland

Duik geschiedenis

De geschiedenis van het modern duiken
Freiderich von Driebergen ontwierp in 1808 een ‘balg in een doos’ die de duiker op zijn rug droeg.  Deze ‘doos’ leverde samengeperste lucht vanaf de oppervlakte via een  slang. Het apparaat genaamd Triton werkte niet goed maar hierdoor is men erachter gekomen dat samengeperste lucht kon worden gebruikt bij het duiken.
In 1819 ontwikkelde de Duister Augustus Siebe, wonende in Engeland, de ‘open rok’. Lucht werd onder druk in de helm van de duiker gebracht door een pomp aan de oppervlakte, die in verbinding stond met de helm. De lucht kwam weer vrij onder de taille van de duiker.
 
William H. James ontwierp in 1825 het eerste zelfstandige duikpak dat een voorraad met samen geperste lucht meenam. De samen geperste lucht (30 bar) zat in een ijzeren reservoir dat rond het middel werd gedragen.
 
Het zelfstandige pak werd niet Siebe ontwikkelde in 1837 een gesloten pak dat wel de standaard duikuitrusting werd voor bijna een eeuw. Het gesloten pak was een hele verbetering ten opzichte van de open rok. Dit omdat de duiker nu voorover kon buigen zonder water in zijn pak te krijgen.
 
In 1838 vond W. H. Taylor het eerste gepantserde duikpak uit, met dit pak konden duikers een diepte van 50 meter bereiken zonder gebruik te maken van decompressie. (klinkt raar).
 
Twee Fransmannen, Benoit Rouquayrol en Auguste Denayrouze genaamd, breidde het duikpak in 1865 uit met een tank met samengeperste lucht die was uitgerust met een vraagsysteem dat door diafragma werd geopend. Dit apparaat werd aerophore (lucht drager) genoemd. Zeven jaar lang gebruikte de Franse marine het apparaat. De aerophore had ook kenmerken die door Siebe waren ontworpen. Een compressor aan de oppervlakte voerde lucht toe naar het reservoir op de rug in plaats van naar de helm.Via het  reservoir werd lucht met een slang naar de helm gebracht via een automaat dat in staat was de druk in de longen van de duiker even groot te maken als die van de omgevingsdruk.
 
In 1873 maakte de Fransman Louis Bouton onderwater fotografie werkelijkheid door de eerste foto’s onderwater te nemen voor de kust van Frankrijk.
 
De Fransman Yves Le Prieur en Maurice Fenez ontwikkelde in 1925 een zelfstandig apparaat dat samengeperste lucht bevatte. In 1926 kregen hen hier patent op. Het apparaat van Le Prier was een stalen cilinder met samengeperste lucht die op de rug werd gedragen en via een slang verbonden was met een mondstuk. De duiker droeg een neusklem en een luchtdicht duikbrilletje dat alleen de ogen omsloot en geen mogelijkheid tot compensatie gaf. In de cilinder zat 15 bar hiermee kon een duiker 15 minuten onder water blijven.

Emile Gagnan ontwikkelde in januari en februari 1943 een dubbelslangsysteem met een inademingslang, een mondstuk en een uitademingslang. Het patent werd aangevraagd op het dubbelslangsysteem, de automaat zelf kon niet worden gepatenteerd.
 
Jacques-Yves Cousteau, een amateur fotograaf, stelde zich als vrijwilliger beschikbaar om de automaat te testen. De eerste paar pogingen werden hem bijna fataal. Uiteindelijk kwamen ze met een automaat dat bekend werd als de Cousteau-Gagnan automaat.
 
Hiermee bereiktede Fransen een doorbraak op het gebied van duiken. De automaat maakte het duiken mogelijk voor de grote massa en de huidige populariteit van recreatief duiken.
Zwemmend Nederland (http://zwemmend.nl)
Copyright ©2006-2010 Rory Schellekens Contact